Rechtssociologie

I have taught Rechtssociologie (sociology of law) at Utrecht University School of Law from 2007 to 2016.

Enkele opmerkingen uit studentenevaluaties:

– De cursus sluit zeer nauw aan bij actuele onderwerpen in de maatschappij. Daarnaast is het handige informatie, waar je ook nog jaren later je voordeel mee kunt doen.

– De opbouw van de cursus was mij niet helemaal duidelijk. Ik had het gevoel dat we kris-kras door de stof heen vlogen.

– De hoorcolleges waren interessant en gaven meer inzicht in het vakgebied rechtssociologie. Ook de gastcolleges vond ik zeer interessant.

– Meer aandacht voor aanleren andere kijk, wat is belangrijk om uit onderzoek te halen.

– Meer duidelijkheid over de verwachtingen mbt de paper.

– Leuke manier om juristen een andere kijk te geven op hun vakgebied en het veel breder te trekken. Heel fijn om kennis te maken met namen als Weber, Foucault e.d.

 

Verplichte stof voor het tentamen

– Reader Rechtssociologie 2016 inclusief downloads, exclusief de teksten die aangemerkt zijn als # achtergrond- en discussietekst.

– Hoorcolleges (audio wordt opgenomen en beschikbaar gesteld).

 

Doelen van de cursus

Na de cursus heeft u een realistisch beeld van wat recht ‘doet’ in de samenleving. U weet dan dat recht maar een van de factoren is die invloed heeft op menselijk gedrag en dat de idee dat de samenleving met behulp van recht ‘gestuurd’ kan worden, relativering behoeft. U weet ook dat veel meer spelers in de samenleving zich met rechtsvorming bezighouden dan alleen de wetgever en de rechter. Dat er geen chaos hoeft te zijn als het recht iets niet reguleert. We willen graag dat u voorzichtig bent met een uitspraak als ‘dat weet ik zeker!’ of ‘dat weet iedereen’.

U snapt na de cursus dat vragen naar de wisselwerking tussen recht en samenleving voor juristen relevant zijn. U weet iets van de geschiedenis van die vragen en hoe ‘wegbereiders’ die vragen hebben proberen te beantwoorden. Dat u nog iets weet van de eerste goede onderzoeken, van het zoeken naar een goede onderzoeksmethode, van actueel onderzoek. Zodat u weet waar u moet zoeken als u op dit gebied een vraag hebt.

Tot slot zouden we graag zien dat u weet wat empirische vragen en gegevens zijn en dat u weet wat ‘waarom’-vragen zijn en waarom ze zo moeilijk te beantwoorden zijn. Dat u beseft dat de eeuwige vragen in de rechtsgeleerdheid naar wat recht is en wat recht te maken heeft met acceptatie van gezag, met macht en met ‘de samenleving bijeenhouden’, ook actuele vragen zijn. Deze vragen moeten daarom altijd gesteld blijven worden, ook al veranderen de antwoorden met elke nieuwe constellatie van recht en samenleving.

 

Verplichte voorbereiding voor de werkgroepbijeenkomst

Wij verwachten dat u telkens de teksten heeft gelezen die voor de betreffende week zijn voorgeschreven en de studievragen heeft gemaakt. Wij beginnen elke bijeenkomst met enkele simpele schriftelijke vragen over de literatuur van die week.

 

Rechtssociologie als hybride, context- en reflectievak

Rechtssociologie is een hybride tussen recht en sociologie. Sociologie is de wetenschap van het sociale, ofwel van het samenleven, ofwel van de samenleving of maatschappij. Sociologie bestudeert de mens niet als individu, maar als lid van een groep of behorende tot een categorie. Rechtssociologie onderzoekt dus de relaties tussen het recht en het gedrag van mensen in de verschillende groepen, instituties en categorieën in de samenleving. Wat ook wel gezegd wordt: de rechtssociologie onderzoekt de ‘sociale werkelijkheid van het recht’, of: ‘law in action’.

In de rechtssociologie zijn grofweg drie kernvragen te onderscheiden en die staan daarom in deze cursus centraal. Bij elke vraag speelt op de achtergrond een rol hoe effectief recht is als het gaat om het beïnvloeden, en wijzigen van menselijk gedrag. De drie kernvragen zijn:
1. Hoe kunnen we de verhouding tussen recht en legitimiteit van de staat/overheid/autoriteiten begrijpen?
2. Hoe kunnen we de verhouding tussen recht en macht begrijpen?
3. Hoe kunnen we de verhouding tussen recht enerzijds en sociale cohesie of solidariteit in de samenleving anderzijds begrijpen?
Recht wordt dus telkens ‘gecontextualiseerd’, dat wil zeggen in het bredere geheel van de samenleving geplaatst.

Rechtssociologie is een van de reflectievakken. Die reflectie vindt plaats aan de hand van theoretisch en empirisch onderzoek en wil dus uitstijgen boven borreltafelpraat en ‘we weten toch allemaal hoe het zit’. Theoretisch rechtssociologisch onderzoek houdt in dat samenhangende concepten worden doordacht op hun bruikbaarheid voor het begrijpen van de verhouding tussen recht en samenleving. Empirisch rechtssociologisch onderzoek is feitelijk onderzoek naar de werking van recht, opvattingen over recht, totstandkoming van recht enzovoort. Bij empirisch onderzoek gaat het allereerst om de vraag of en hoe we weten wat er in de samenleving ‘echt’ speelt, met welke concepten dat het beste is te begrijpen en met welke onderzoeksmethoden daar enige zekerheid over te krijgen is.

 

De inhoud van het onderwijs

Op het hoorcollege bespreken we de theoretische concepten van de kernvragen naar legitimiteit, macht en solidariteit. Op de hoorcolleges worden ook de belangrijkste ‘wegbereiders’ van de rechtssociologie geïntroduceerd die een kernvraag hebben onderzocht. Er wordt ook telkens een link gelegd naar de stof van de werkgroepbijeenkomsten. Tevens besteden we aandacht aan onderzoeksvaardigheden die van pas komen bij het schrijven van de paper, zoals ‘hoe doe je een goed interview’, ‘hoe kom je tot een goede probleemstelling’, ‘hoe voorkom je beschuldigingen van plagiaat’ en ‘wat houdt beschrijven en analyseren/verklaren eigenlijk in’? Daarnaast zullen we op het hoorcollege enkele (stukken uit) documentaires tonen over de verhouding tussen recht en samenleving.

Wij bevelen aan dat u de literatuur voor de betreffende week van tevoren doorneemt.

Er is geen verplichting om de hoorcolleges bij te wonen. De hoorcolleges worden opgenomen (audio) en beschikbaar gesteld.

Elke werkgroepbijeenkomst beginnen we met enkele simpele schriftelijke vragen. Vervolgens bespreken we telkens enkele teksten over de kernvraag die dan centraal staat. We leren die teksten te begrijpen met behulp van de studievragen. Het is dus van belang dat u van tevoren de studievragen maakt. We behandelen op de werkgroepbijeenkomst alleen de moeilijkere vragen.

Het begrijpen van de werkgroepstof is de helft van het werk. De andere helft is inzicht en toepassing: hoe is de werkgroepstof te verbinden met de hoorcollegestof en de kernvraag die dan centraal staat? Wat betekenen de empirische gegevens en onderzoeksresultaten voor die vraag? Welke richting gaan de antwoorden uit?

Als u de mogelijkheid wilt hebben om aan de reparatietoets deel te nemen, dan is aanwezigheid op en voorbereiding van de werkgroepbijeenkomst verplicht. U moet dan minimaal zeven van de acht bijeenkomsten hebben bijgewoond.

 

Toetsing

Toetsing bestaat uit twee onderdelen, namelijk een paper en een tentamen. De paper telt voor 30% mee voor het eindcijfer. Op de werkgroepbijeenkomst selecteren we een of twee papers om kort te bespreken.

Het tentamen bestaat uit vijf open vragen over de verplichte stof (zie punt 2). Elke vraag is onderverdeeld in deelvragen die zowel kennis, inzicht en toepassing toetsen. Het tentamen telt voor 70% mee voor het eindcijfer. U mag op het tentamen alleen gebruik maken van een woordenboek. Het tentamen wordt op laptops, dus digitaal,afgenomen.

 

Eisen en mogelijkheden voor de paper

Keuze van onderwerp in samenhang met inleverweek

De onderwerpen zijn gebonden aan de week waarin u de paper wilt inleveren. U mag naar keuze de paper inleveren in week 5, 7 of 9. U dient u in te schrijven voor een van de onderwerpen/weken tijdens de werkgroepbijeenkomst in week 3.

Eigen idee voor een paper of een ander origineel idee? Dat mag!

Wij stellen eigen inbreng en originaliteit op prijs. U mag daarom ook een eigen idee (anders dan hieronder) voor een te schrijven paper voorstellen. U mag ook op de blog van Rechtssociologie schijven over de actualiteit van recht en samenleving (zie rechtssociologie.wordpress.com). U mag ook een video maken (documentaire-achtig). Overleg in deze gevallen van tevoren met uw docent over de voorwaarden.

De paper geeft veel vrijheid

Wij beseffen dat onze opdracht voor een paper ruim en anders dan gebruikelijk is. Wij geven met opzet deze academische vrijheid. De bedoeling is dat u zelfstandig een interessant onderwerp kiest en laat zien dat u in staat bent om daar goed over na te denken en verslag van te doen. Het voordeel van een ruime opdracht is dat u eigen keuzes kunt maken, die u uiteraard wel moet verantwoorden.

Week 5: recht en legitimiteit

Levert u in week 5 in, dan schrijft u een paper over ‘recht en legitimiteit’. Binnen dat onderwerp bepaalt u zelf een specifiek onderwerp. U kunt bijvoorbeeld kiezen voor specifieke organisaties wier legitimiteit wellicht onder druk staat, voor andere instituties in de samenleving die mogelijk afbreuk doen aan legitimiteit van de rechtspraak of voor het perspectief van burgers op autoriteiten binnen het recht. Zorg ervoor dat het onderwerp voldoende betrekking heeft op de sociale werkelijkheid, dus niet puur juridisch of rechtsfilosofisch is. In de paper gebruikt u de concepten en inzichten uit de Reader. Het is onvoldoende om in de paper de literatuur samen te vatten.

Week 7: recht en macht

Levert u in week 7 in, dan schrijft u een paper over ‘recht en macht’. Binnen dat onderwerp bepaalt u zelf een specifiek onderwerp. U kunt bijvoorbeeld kiezen voor specifieke personen of organisaties met macht, of voor rechtsregels of een deel van een rechtsgebied dat met (verdeling, beperking of verlening van) macht te maken heeft. Zorg ervoor dat het onderwerp voldoende betrekking heeft op de sociale werkelijkheid, dus niet puur juridisch of rechtsfilosofisch is. In de paper gebruikt u de concepten en inzichten uit de Reader. Het is onvoldoende om in de paper de literatuur samen te vatten.

Week 9: recht en sociale cohesie

Levert u in week 9 in, dan schrijft u een paper schrijven over ‘recht en sociale cohesie’. Binnen dat onderwerp bepaalt u zelf een specifiek onderwerp. U kunt bijvoorbeeld kiezen voor specifieke personen of organisaties die zich met cohesie, solidariteit of identiteit bezighouden, of voor rechtsregels of een deel van een rechtsgebied dat daarmee te maken heeft. Zorg ervoor dat het onderwerp voldoende betrekking heeft op de sociale werkelijkheid, dus niet puur juridisch of rechtsfilosofisch is. In de paper gebruikt u de concepten en inzichten uit de Reader. Het is onvoldoende om in de paper de literatuur samen te vatten.

Een paper aan de hand van twee interviews

Omdat u de concepten en inzichten uit de Reader toepast op uw specifieke onderwerp, is het niet nodig om nader literatuuronderzoek te doen. U moet natuurlijk wel genoeg weten over uw eigen onderwerp. U dient zelf een empirisch element aan uw paper toe te voegen, namelijk door twee personen te interviewen. U gebruikt de interviews om zelf beter over uw specifieke onderwerp na te denken en verschillende gedachten daarover te vormen in het licht van uw onderzoeksvraag. Het is dus niet de bedoeling dat u klakkeloos een weergave van de interviews geeft. De duur van een interview is circa één uur per persoon. Bedenk goed wie interessante respondenten kunnen zijn voor het specifieke onderwerp dat u behandelt en waarvoor u hen zou willen ‘gebruiken’. Besteed daarom ruim tijd aan het bedenken van uw vragen: wat wilt u te weten komen en met welke vragen kunt u dat bereiken? U verwerkt fragmenten van de interviews in uw paper.

Opzet en structuur van de paper

Een rechtssociologische paper heeft een prikkelende inleiding van ongeveer 250 woorden waarin wordt uitgelegd wat het belang is van het onderwerp (dat kan een maatschappelijk of wetenschappelijk belang zijn) en waarom dat onderwerp met uw invalshoek en onderzoeksvraag moet worden bestudeerd. De inleiding mondt dus ‘logisch’ uit in uw rechtssociologische onderzoeksvraag (dus niet een juridische of normatieve vraag). De onderzoeksvraag valt meestal in enkele deelvragen uiteen, die elk in een eigen sectie worden behandeld. De kern van de paper is de behandeling van die deelvragen. De laatste sectie is de conclusie, waarmee u antwoord geeft op de onderzoeksvraag.

U voegt een bijlage toe waarin u beschrijft met wie u heeft gesproken en waarom u voor die personen heeft gekozen. In de bijlage neemt u ook de uitgewerkte interviewverslagen op; dat hoeft niet letterlijk, maar mag in ongeveer 1,5 A4 per interview.

Het dient voetnoten en bronvermelding te gebruiken volgens de Leidraad voor juridische auteurs. Uw paper dient voor minimaal 90% uw tekst te zijn; u mag maximaal 10% citeren uit de Reader.

 

  • Archives

  • Categories