Rechtssociologie voor gerechtsdeurwaarders (GDW)

Van 2011 tot 2015 heb ik samen met Jet Tigchelaar het vak Rechtssociologie voor gerechtsdeurwaarders gegeven op het Instituut voor Recht, HBO-Rechten deeltijd afstudeerrichting GDW

1.  Korte inleiding

Mensen in de huidige samenleving verschillen niet alleen van meningen, ideeën en overtuigingen, maar dragen die ook sterker dan vroeger uit. Bovendien laten mensen zich niet meer zo snel overtuigen, ook niet door mensen met veel kennis en ervaring. Het gezag van autoriteiten zoals de politie, brandweer en ook gerechtsdeurwaarders spreekt niet meer vanzelf. Men zegt dat hun legitimiteit is afgenomen. Maar wat is eigenlijk legitimiteit en hoe kunnen we eigenlijk weten of dat is afgenomen? Tegelijkertijd constateren we de neiging bij burgers om de gezagsdragers en ‘het systeem’ verantwoordelijk te houden als er iets mis gaat. Voor het ontstaan van ‘problematische schuldensituaties’ bijvoorbeeld, voor een brand in een café of voor een vuurwerkontploffing. Dat is een paradoxale situatie: gezag niet voetstoots accepteren, maar datzelfde gezag wel verantwoordelijk houden.

De rechtssociologie, als empirisch gefundeerde wetenschap, probeert deze situatie beter te begrijpen via het concept ‘legitimiteit’ (gezag). De professionals in de praktijk van het recht krijgen vanouds hun gezag door middel van het recht. Een gerechtsdeurwaarder heeft gezag omdat hij na een gedegen opleiding en na een speciale procedure, op die positie is benoemd. Maar tegenwoordig is alleen die formele kant van het recht (‘je bent benoemd en dus heb je gezag’) niet meer genoeg. De samenleving is veranderd. Omdat de samenleving verandert, verandert de acceptatie van gezag en daarmee verandert de rechtspraktijk en de aard van het recht. De gerechtsdeurwaarder moet mee veranderen, want anders verliest hij zijn gezag.

Als het gezag van autoriteiten niet meer vanzelf spreekt, staat niet alleen de gerechtsdeurwaarder ter discussie, maar ook de positie van andere juridische professionals zoals de rechterlijke macht, het notariaat en de advocatuur. Het is dan relevant om te kijken hoe deze andere beroepsgroepen omgaan met hun ‘legitimiteitscrisis’. Hoe gaat de rechtspraak om met de kritiek die (vooral via de media) over hen wordt uitgestort? Wat heeft het Openbaar Ministerie gedaan om juridische missers in de toekomst te voorkomen? Wat doet de advocatuur met de toegenomen mogelijkheden van commercialisering en hoe behoudt ze desondanks status? Welke strategieën ontwikkelt het notariaat om commercie te combineren met ambtelijke status? Deze vragen en de antwoorden daarop helpen de gerechtsdeurwaarder de toekomst van het beroep vorm te geven. Rechtssociologie levert een bijdrage aan een goed gefundeerde discussie over de positie van de gerechtsdeurwaarder in de huidige samenleving.

 

2 Ingangseisen cursus en toets

Basiskennis van het recht

 

3 Relatie met beroepspraktijk

Rechtssociologie is voor de beroepspraktijk van de gerechtsdeurwaarder een vreemd vak. Dat komt omdat rechtssociologie je niets leert over hoe je concreet je vak moet uitoefenen, maar over hoe ‘de beroepsgroep van gerechtsdeurwaarder’ als geheel functioneert in de samenleving. We kijken dus niet naar individuen en zelfs liever niet naar afzonderlijke kantoren en bedrijven, maar naar groepen en categorieën en dan het liefst in vergelijking met andere groepen. Dan blijkt dat ‘de gerechtsdeurwaarder’ behalve verschillen ook veel overeenkomsten vertoont met ‘de notaris’ en in sommige opzichten ook met ‘de advocaat’ en ‘de rechter’. Een vergelijking van ontwikkelingen in deze professies is relevant, omdat het je leert bredere ontwikkelingen te zien en te beoordelen.

Rechtssociologie leert je dus van een afstand te kijken naar de positie van en ontwikkelingen in de juridische professies in een samenleving. Om te begrijpen hoe en waarom de rechtssociologie zo’n buitenstaanderpositie inneemt, is het belangrijk om ook iets te weten over het vak rechtssociologie in zijn algemeenheid.

 

6 Samenhang met andere studieonderdelen

Rechtssociologie is een reflectievak en hangt om die reden niet specifiek samen met andere studieonderdelen. U kijkt in deze cursus met een neutrale blik naar de relatie tussen recht en samenleving en specifiek naar veranderingen in de verschillende juridische beroepen. De cursus dient als voorbereiding op het vak Onderzoeksvaardigheden en uiteindelijk het afstudeerproject waarbinnen u onderzoek moet doen.

 

7 Competenties die aan bod komen

  • Kwaliteitszorg toepassen en bewaken
  • Zichzelf ontwikkelen in het beroep
  • Professioneel samenwerken

 

8 Leerdoelen

Inzicht verwerven in

  • de samenhang tussen recht en samenleving
  • de legitimiteit van juridische professies
  • positie van juridische professies tussen ambt en commercie
  • de maatschappelijke en juridische reactie op schulden

 

9 Inhoud

Kennis verwerven inzake:

  • enkele voor de beroepspraktijk relevante wetenschappelijke inzichten en onderzoeksmethoden binnen de rechtssociologie
  • enkele belangrijke rechtssociologische concepten
  • enkele voorbeelden van actueel rechtssociologisch onderzoek

Inzicht verwerven in:

  • empirisch onderzoek naar recht en samenleving
  • legitimiteit en hoe dat verworven wordt
  • vergelijking van juridische professies
  • schulden in de risicosamenleving

 

 

12. Overzicht van activiteiten

In het staatje hieronder vindt u de literatuur die u per week moet bestuderen.

week Onderwerpen Literatuur  
C1  (6/2) Het externe perspectief van de rechtssociologie Reader week 1- Huls

– Hoekema H. 1

C2  (13/2) Legitimiteit Reader week 2- Hoekema H 2 en 5

– Weyers en Hertogh

– Statistieken vertrouwen en legitimiteit

– Niemeijer & Van Wijck

C4  (27/2) De gerechtsdeurwaarder en de legitimiteit van de juridische professies Reader week 3- Niemeijer en Ter Voert

– Ter Voert, Zwenk en Beenakkers

– Commissie Evaluatie KBvG

– Nationale Ombudsman

– Kassa (YouTube)

C5  (6/3) Een empirisch gefundeerde vooruitblik op de toekomst van de gerechtsdeurwaarder Reader week 4- Van Erp

– Hirsch Ballin

– Chavannes

– Van der Kraats

C6 (13/3) Actualiteitencollege schuldhulpverlening (door lector Nadja Jungmann) – Pieterman- tzt literatuur op sharepoint

 

13. Toetsing/beoordeling

De stof wordt getoetst in twee onderdelen. Beide onderdelen tellen voor de helft mee in het eindcijfer.

A. Een tentamen van twee uur waarin u primair gevraagd wordt naar kennis over enkele belangrijke rechtssociologische onderwerpen. Bij het tentamen mag de reader worden gebruikt. In de reader mogen geen aantekeningen staan. Het tentamen bestaat uit vijf vragen, die verschillende subvragen kunnen bevatten.

LET OP: Door minimaal drie maal voorafgaand aan de wekelijkse bijeenkomst uw antwoorden op de vragen in te leveren, kunt een vrijstelling verdienen voor één tentamenvraag. Zie verder onder 15.

B. Een reflectiewerkstuk van minimaal 1100 en maximaal 1300 woorden. U kunt kiezen uit enkele onderwerpen. De onderwerpen en de precieze eisen aan het reflectiewerkstuk worden aan het begin van de cursus bekend gemaakt. Het reflectiewerkstuk kunt u per e-mail aan de docent toesturen als u het af hebt, maar uiterlijk op 4 april  2014. Het werkstuk moet ook via sharepoint worden ingeleverd in verband met de plagiaatcontrole.

(NB. Het reflectiewerkstuk wordt ook beoordeeld in het kader van Taalvaardigheid en moet dus ook fysiek worden ingeleverd). Zie ook de studiegids m.b.t. de algemene vereisten voor het maken van een werkstuk.

De cursus is met succes afgesloten als u zowel voor het reproductiewerkstuk als het reflectiewerkstuk minimaal een 5,5 heeft behaald èn het reflectiewerkstuk met een voldoende is beoordeeld in het kader van het Project Taal.

 

 

18. Studiebelasting

Aantal EC: 2 (samen met huurrecht 5 EC)

Aantal contacturen: er wordt gedurende 5 weken wekelijks 2 uur college/werkgroep gegeven.

Aantal zelfstudie-uren per week: ongeveer 5 uur.

 

 

 

  • Archives

  • Categories